Restauratieverhaal “De Jonge Joseph” van 1978 – 1989

Winter 1978 – 1979 Op werf ’t Kromhout vernieuwd:

  • BB huiddeel onder boeghout
  • 2×4 spanten in de kuip BB en SB

Winter 1979 – 1980 Bij Bültjer in Ditzum vernieuwd:

  • 2×5 spanten in kajuit BB en SB gelamineerd met resorcinol lijm
  • veel leggers in kajuit
  • mastbank en schotten naast de mast
  • stukje dek
  • huiddeel SB achter de plé
  • BB: kort deel t.p.v. mastbank net onder berghout

De kajuit staat  koud op het dek, daar is een lat voor gemaakt om de ergste lekkage te verhelpen

Winter 1980 – 1981 Zelf vernieuwd:

  • 2×2 spanten in achterschip gelamineerd met Bison 2 componentenlijm
  • achterdekje
  • nieuwe fok van Den Boer

Winter 1981 – 1982 Op werf ’t Kromhout vernieuwd:

SB berghoutdelen + berghout over de gehele lengte

Winter 1982 – 1983. Kromhout: kimpunt SB vastgezet

In Greetsiel vastgemaakt aan een veel dieper stekend schip. Als  het water zakt, zakt de Joseph dus dieper. De SB-bolder was niet meer zo stevig dat je het hele schip daaraan kon ophangen dus hij werd er midden in de nacht uitgerukt. Bültjer: SB voorbolder vernieuwd

Zelf: voordek gerubberd met 2 nog te mengen componenten Saba-kit en dan zelf de kokers vullen. Alles zit onder en we wassen ons van top tot teen met tolueen.

Winter 1983 – 1984. Zelf gedaan:

  • BB: 3 huiddelen achterschip onder vervangen. De delen onder de waterlijn in iroko. Het branden van iroko-delen is een zeer langdurig karwei.
  • beton uit achterpunt gehakt
  • leggers achterschip vernieuwd in azobé
  • kajuitschot onder dorpel vervangen
  • BB: 2 spanten kombuis vervangen

Winter 1984 – 1985. In eigen beheer:

  • 2×3 spanten voorschip BB en SB gelamineerd
  • leggers voorschip

Op de Kromhoutwerf:

  • voorsteven vernieuwd
  • BB voorschip enkele huiddelen

Winter 1985 – 1986.

  • Zelf een nieuw roer gemaakt, de delen bij het lijmen met rvs-draadeinden er doorheen aangedraaid.
  • Een dieselolietank in polyester gemaakt en ingebouwd.
  • De motor op rubber gemonteerd.
  • Nieuwe motorkast getimmerd.

Winter 1986 – 1987

In de garage op de Rubenslaan 3 in Bilthoven hebben wij twee nieuwe zwaarden gemaakt. De eiken delen, die wij bij van Dijk in Laren hadden gekocht bleken nogal scheluw te zijn. Hoe we ook probeerden er 2 zwaarden uit te krijgen, het zag er niet naar uit dat het zou gaan lukken. We waren er na aan toe om het hout maar op te stoken, totdat we zeiden: we beginnen gewoon en als we ergens een stukje te kort komen, lijmen we het er gewoon aan. Zo heilig was ons geloof in epoxy inmiddels. Maar toen we de zwaarden uit meerdere delen aan elkaar hadden bleek het er toch precies uit te gaan. We hebben de zijvlakken goed in de epoxy gezet en rvs-draadeinden er doorheen geboord en flink aangedraaid om de delen ook tijdens jarenlange dienst bij elkaar te houden.

Zwaarden geven meer ‘lift’ als er een vleugelprofiel in wordt gemaakt. Dit wil zeggen aan de achterkant bol en aan de voorzijde hol. Om het goede holle profiel er in te krijgen heeft Chiel een slimme methode bedacht door gaatjes tot een bepaalde diepte te boren en daarna het hout weg te schaven tot onderkant gaatjes. Helaas is bij één zwaard iets mis gegaan, waardoor de gaatjes te diep zijn geboord. Daar hebben we weer propjes in moeten lijmen. We kwamen er gelukkig wel bijtijds achter. Aan de achterkant van de zwaarden is een glasvezelmat met epoxy gezet om slijtage tegen de zwaardklampen zo veel mogelijk tegen te gaan. De oude ijzeren randen laten galvaniseren en er met Sikaflex weer tegenaan gezet. Aan de achterzijde bleken de zwaarden tegen een wandputting te schuren, daar messing platen op gezet.

Nu, in 2025, verkeren de zwaarden nog in optima forma. Het enige wat er een paar jaar geleden is gebeurd, dat er toch bij één naad over een lengte van 30 cm  1,5 mm ruimte ontstond. Daar een flinterdun stukje eiken in gelijmd. De ijzeren randen zijn er weer afgehaald en wederom gegalvaniseerd. Nu hebben we de gaten voor de bevestigingsschroeven ruim uitgeboord vóór het verzinken, zodat het zink daar niet wordt weg geboord en er weer roestvorming optreedt zoals de vorige keer.

Winter 1988 – 1989

Hoewel we afgesproken hadden deze winter nauwelijks iets te doen werd ik toch in maart door Chiel gebeld met het verzoek een koevoet mee te brengen naar Krimpen.

Toen ik daar aankwam bleek aan stuurboord alweer een gapende wond. Het deel net onder het boeghout en het bovenste deel van achterkant kajuit tot de boeg lagen er al bijna uit. Twee knieën bleken ook niet zo fris meer en dus heeft Chiel twee nieuwe in epoxy gelamineerd. De spaanplaat mallen en het in de juiste vorm eruit halen van de oude delen levert weer een goede basis voor de nieuwe delen. Ze blijken weer nét uit de vorig jaar gekochte boom te passen. Alleen de draad loopt alleen wat vreemd zodat op tal van plaatsen rare scheuren ontstaan. Die gieten wij, nog voor het branden met epoxy vol. Dat blijkt te houden. Het branden krijgt Chiel goed on der de knie, dun straaltje water uit de slang, continu van onder en van boven nat houden. Niet al te hoge vlam. Redelijk gewicht. En na een paar uur en wat passen kan er een proefmontage plaatsvinden. Nieuwe strijkklamp onder de zwaardkop, wantputting, aanvaringsklamp en boeghout. Dat laatste is gemaakt door 2 lagen op het schip te klemmen met epoxy ertussen. Daarna afgewerkt en met epoxy op de huid gezet. Ook de las in het bovendeel is met Epoxy gelijmd. Je kunt die net zo dik maken als je wilt en dan blijft het redelijk hangen.

Het voorjaar is zonnig droog; het werken op hurkhoogte aan het schip te water is een redelijk genoegen. Als we maar meer tijd hadden. De strip 25×8 platrond blijkt uit de handel genomen te zijn. Urenlang telefoneren en zelfs een middag rijden langs tweedehands staalboeren levert niets op. Wij hadden ooit eens RVS-strip 20×6 gekocht voor het boeghout, maar die wordt te licht bevonden. RVS-smid Schippers Utrecht heeft daar de dag voor gepland vertrek nog gauw een laagje RVS 2 mm overheen gezet waardoor een perfecte strip ontstond.

Ook de mast is geheel onderhanden genomen. In het najaar kaal geschaafd, hele winter gedroogd en in het warme voorjaar (de epoxy verbrandde soms in de pot) 3x in de epoxy gezet na één laag injectiehars. Daarna 3x afgelakt met UC Clearcoat van Sikkens. Een met de cirkelzaag ingezaagde sleuf voor een 18 mm pvc-pijp (voor de kabeltjes) wordt weer afgedekt door een hol geschaafde lat. Alles in de West-epoxy.

De draaigalgjes en ogen boven in de mast worden weer op dikte gelast, gegalvaniseerd en in de epoxy weer ingezet en geklonken. De masttop wordt voor een deel van RVS gemaakt met een kegel van polyester omdat dit beter lijkt voor de antenne van de marifoon die daar dicht naast staat. Twee dunne buisjes lopen door naar boven voor het driekleurentoplicht. Het oude ankerlichtje blijft gehandhaafd. Het geheel levert niet die esthetische constructie op die in het hoofd zat. Ook sterktetechnisch blijkt het later een probleem. (Bij het laten zakken van de mast bij de Dordtse brug op 23 juni 1989 staat de lier nog op ankeren, waardoor er niet geremd kan worden. De mast komt met een klap naar beneden en de polyester top zwaait door en breekt af. De topkegel later vervangen in RVS.) De voorsteven lijkt 1 à 1,5 cm naar voren te zijn gekomen. Zouden de oude roestige spijkers door het dek in de bovenste huiddelen toch iets gehouden hebben? Wij hebben ze namelijk in de nieuwe delen niet vervangen omdat immers het dek eerdaags aan de beurt is voor vervanging. De mastbout, die bij het eruit slaan in december, aan gruzelementen is gegaan wordt vervangen door een Ø 24 RVS bout in een PVC-pijp die in de epoxy is gezet.

Het staal rond de aanvaringsklamp wordt voorlopig hergebruikt totdat een goed alternatief is gevonden (of dit exemplaar wordt verzinkt).

Chiel heeft verder alle blokken en piek-en klauwval en grootschoot voorzien van tufnol schijven en RVS-assen en geheel in de, jawel, epoxy gezet. Dat om alles lichter te laten draaien en in de toekomst minder onderhoud te hebben.

Motor: startmotor weer eens vastgeroest, maar niet catastrofaal. Nadat Chiel hem heeft opgeschuurd werkt ie weer. Vetus-filter vervangen, start als een zonnetje.

Dek: nog nooit zo lek geweest na 7 weken zomers voorjaar. Ondanks een snelle Sikaflex-beurt is het benedendeks net de bedriegertjes.

Heel IHC leeft mee of de Joseph vrijdag wel op vacantie kan. Donderdagmiddag lachen ze nog als Chiel met een complete vleugel in de werkplaats komt om er een voetplaatje onder te laten lassen.

Deze website is gemaakt door Mijndomein